De meeste ouders, dat blijkt ook uit onderzoek, zijn tevreden over de opvoeding van hun kinderen. Terecht, want met 85% van de opgroeiende pubers gaat het goed.
Ouders van pubers hebben vrágen, geen problemen.
Toch geven deze ouders óók aan dat er veel vragen leven over de wijze van opvoeden, over het omgaan met grenzen, regels, de nieuwe situatie op het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld.
In de basisschooltijd is het inwinnen van advies makkelijker; aan het schoolhek tref je altijd collega-ouders die je jouw vraag even voor kunt leggen. Of je loopt het klaslokaal even in om met de leerkracht te overleggen.
Vanaf het moment dat jouw (pre-)puber door het schoolhek van het voortgezet onderwijs fietst, vervallen al deze laagdrempelige momenten van informatievoorziening. Je kunt vanaf nu terecht bij de mentor, tijdens het 10 minutengesprek of je stelt je vraag bij een officiële instantie.
Die drempel blijkt bij de meeste ouders te hoog; ze hebben vrágen, geen problemen. En deze vragen lossen ze graag dicht bij huis op.
De netwerkgroepen van ‘mamma weet alles' bieden hier de mogelijkheid voor.
Puberbrein binnenstebuiten is voor ouders een belangrijk houvast. Met een duidelijk pleidooi voor méér 'bemoeienis' met je kind.
Hoe herken je de behoeftes van een puber? Hoe kom je hierover met hem of haar in gesprek?